U bevindt zich hier: Beroerte Adviescentrum > Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

Waarvoor kan ik terecht bij Beroerte Adviescentrum?

Het Beroerte Adviescentrum kan u en uw familie informeren, adviseren en begeleiden na een beroerte. Dat doen wij na de opname in ziekenhuis of revalidatieafdeling en soms zelfs jaren daarna. Hier zijn geen kosten aan verbonden.
CVA-verpleegkundige José Kramer: "Eenmaal thuis worden CVA-getroffenen vaak met de harde realiteit geconfronteerd. Een beroerte kan heel ingrijpend zijn in het dagelijks leven. Wij bieden de patiënt én zijn naasten persoonlijk advies en praktische ondersteuning en beantwoorden hun vragen. Dat kan telefonisch, bij ons op de locaties Eduard Douwes Dekker Huis, Woonzorgcentrum Leo Polak en Oostpoort of tijdens een huisbezoek."

Hoe kan ik ondersteuning krijgen vanuit het Beroerte Adviescentrum?

Verblijft u of uw partner momenteel bij een van de ziekenhuizen of revalidatieafdelingen in Amsterdam? Zodra u weer naar huis gaat, zal iemand van de instelling u vragen of u aangemeld wilt worden. U tekent hiervoor een formulier, dat de instelling naar ons toestuurt. Vervolgens nemen wij contact met u op. Verblijft u thuis? Dan kunt u zelf contact met ons opnemen of via uw huisarts.

Wat is het verschil tussen een TIA en beroerte?

TIA staat voor Transcient Ischemic Attack. Vrij vertaald is dit een kortdurende verstopping van een bloedvat in de hersenen. Als het gebrek aan zuurstof en voedingsstoffen kort duurt, kan hersenweefsel herstellen. Een TIA heeft daarom meestal geen blijvende gevolgen. Het lijkt daardoor misschien niet ernstig, maar een TIA kan een voorbode zijn van een herseninfarct met blijvende gevolgen. Het is dan ook erg belangrijk na een TIA nog dezelfde dag naar uw huisarts te gaan om onderzoek naar de oorzaak te laten doen.
Het verschil tussen een TIA en een beroerte is de duur van de verstopping. Bij een beroerte gaat de verstopping namelijk niet direct weg. Wanneer het gebrek aan zuurstof en voedingsstoffen te lang duurt, raakt het hersenweefsel achter de verstopping beschadigd of sterft af. In dit geval spreken we van een herseninfarct. (Bron: Nederlandse Hartstichting).

Wat is het verschil tussen een herseninfarct en een hersenbloeding?

Beiden worden een beroerte of een CVA (Cerebro Vasculair Accident) genoemd. De gevolgen kunnen hetzelfde zijn, alleen de oorzaak is verschillend. Bij een infarct ontstaat de hersenschade door een verstopt bloedvat van de hersenen. Bij een bloeding daarentegen is de oorzaak een gescheurd bloedvat, waardoor bloed in het hersenweefsel stroomt en schade veroorzaakt. (Bron: Nederlandse Hartstichting)

Krijgt iedereen na een beroerte trombolysebehandeling?

Nee. Trombolyse kan niet worden toegepast bij iedereen. Bij een aantal mensen mag trombolyse om medische redenen niet toegepast worden. De behandeling moet binnen een aantal uur na het ontstaan van het infarct starten. Daarom is het belangrijk om zo snel mogelijk naar het ziekenhuis te gaan.
Trombolyse verhoogt de kans op bloedingen. Het is daarom bijvoorbeeld niet geschikt voor mensen met een hersenbloeding of mensen die net een operatie hebben ondergaan.

 Wat kan ik zelf doen om een nieuw infarct te voorkomen?

Door op een gezonde manier te leven, verkleint u de kans op een beroerte. Hoe ziet n gezonde leefstijl eruit?

  • Niet roken
  • Eet gezond en gevarieerd
  • Voorkom overgewicht
  • Wees matig met alcohol
  • Leer met stress omgaan
  • Zorg voor voldoende lichaamsbeweging

Verder is van belang om voorgeschreven medicatie te blijven gebruiken. En laat uw bloeddruk controleren.

Bron: Hartstichting

 Ik ben zo moe, hoort dat erbij?

Dat kan. Een beroerte heeft niet alleen zichtbare gevolgen, zoals een scheve mond of een verlamming van arm of been. De gevolgen kunnen ook onzichtbaar zijn, zoals veranderingen in emotie, gedrag en denken. Een voorbeeld hiervan is vermoeidheid. Dit kan een direct gevolg zijn van de beschadiging in de hersenen. Vaak spelen meerdere factoren een rol.

Vermoeidheid die lang aanhoudt kan veel last veroorzaken bij de dagelijkse bezigheden of bij werk. Als u er hinder van ondervindt, is het goed om dit te bespreken met arts of CVA-verpleegkundige. Er zal gekeken worden naar een mogelijke oorzaak van de vermoeidheid en aan de hand hiervan kan gericht advies gegeven worden.

Lees in de folder meer informatie over vermoeidheid na een beroerte.

Mag ik autorijden na een CVA?

Als u een TIA of herseninfarct heeft gehad, mag u de eerste 2 weken na de uitvalsverschijnselen niet autorijden. Na deze 2 weken beoordeelt de neuroloog of revalidatie-arts of u geestelijk of lichamelijk schade heeft opgelopen, waardoor u misschien beter niet kunt rijden. Hij schrijft een specialistisch rapport over zijn bevindingen. Als er geen zogenoemde ‘functiestoornissen’ meer zijn, mag u weer onbeperkt autorijden. Wel geldt als voorwaarde dat u de behandeling volgt die de neuroloog u voorschrijft om een nieuwe beroerte te voorkomen.

Zijn er na die 2 weken wel nog functiestoornissen, dan mag u 3 maanden niet rijden. Na deze 3 maanden stelt de neuroloog of revalidatie-arts opnieuw een rapport op. Daarnaast moet u dan een rijtest ondergaan bij het CBR om te laten zien hoe goed u kunt rijden. De nieuwe rijgeschiktheid geldt voor maximaal 5 jaar.
Als u geen herseninfarct, maar een hersenbloeding heeft gehad, gelden andere regels. Na een hersenbloeding mag u een half jaar niet autorijden. Voor de beoordeling op uw rijgeschiktheid is altijd een specialistisch rapport door een neuroloog vereist.

Bovenstaande informatie geldt alleen voor particulier autorijden. Voor beroepschauffeurs die een beroerte hebben gehad zijn er andere regels. Voor meer informatie kunt u het beste terecht bij het CBR. ( www.cbr.nl)

Mag ik autorijden na een TIA?

Als u een TIA heeft gehad, mag u de eerste 2 weken na de uitvalsverschijnselen niet autorijden. Na deze 2 weken beoordeelt de neuroloog of revalidatie-arts of u geestelijk of lichamelijk schade heeft opgelopen, waardoor u misschien beter niet kunt rijden. Hij schrijft een specialistisch rapport over zijn bevindingen. Als er geen zogenoemde ‘functiestoornissen’ meer zijn, mag u weer onbeperkt autorijden. Wel geldt als voorwaarde dat u de behandeling volgt die de neuroloog u voorschrijft om een nieuwe TIA te voorkomen.

Wie kan mij als mantelzorger steunen?

Een beroerte treft niet alleen de getroffene zelf, maar ook zijn omgeving. Het leven kan ingrijpend veranderen. Ook naasten en mantelzorgers krijgen daardoor soms problemen, vooral op de langere termijn.

Het is belangrijk dat u uzelf niet wegcijfert. Probeer er af en toe tussen uit te gaan en iets voor u zelf te ondernemen. Als uw partner niet alleen kan zijn, kunt u hiervoor hulp zoeken bijvoorbeeld in uw eigen omgeving, professionele hulp of middels vrijwilligers. Wanneer iemand uit uw omgeving hulp aanbiedt, sla dit dan niet af. U kunt niet alles alleen. Als het u eens teveel wordt, lucht dan eens uw hart bij iemand in uw omgeving. Ook kan een huisarts, CVA-verpleegkundige of maatschappelijk werker u helpen. Het geeft vaak een prettig gevoel van (h)erkenning om met lotgenoten te praten over uw situatie en gevoelens.

U kunt altijd met ons contact opnemen voor vragen of een gesprek

Wat moet ik doen als ik de zorg voor mijn partner niet meer aankan?

Een beroerte treft niet alleen de getroffene zelf, maar ook zijn omgeving. Het leven kan ingrijpend veranderen. Ook naasten en mantelzorgers krijgen daardoor soms problemen, vooral op de langere termijn.

Het is belangrijk dat u uzelf niet wegcijfert. Probeer er af en toe tussen uit te gaan en iets voor u zelf te ondernemen. Als uw partner niet alleen kan zijn, kunt u hiervoor hulp zoeken bijvoorbeeld in uw eigen omgeving, professionele hulp of middels vrijwilligers. Wanneer iemand uit uw omgeving hulp aanbiedt, sla dit dan niet af. U kunt niet alles alleen. Als het u eens teveel wordt, lucht dan eens uw hart bij iemand in uw omgeving. Ook kan een huisarts, CVA-verpleegkundige of maatschappelijk werker u helpen. Het geeft vaak een prettig gevoel van (h)erkenning om met lotgenoten te praten over uw situatie en gevoelens.

U kunt altijd met ons contact opnemen voor vragen of een gesprek

Telefoonnummer

020 756 13 56