U bevindt zich hier: Beroerte Adviescentrum > Patiënten > Ervaringsverhalen > Verhaal Ron de Jonge

Verhaal Ron de Jonge

Van de ene op de andere dag was Ron de Jonge mantelzorger. Naast zijn vaste mantelzorgdag heeft hij een fulltime baan. Hij is altijd druk, maar dankbaar dat hij dat voor zijn moeder kan doen. Toch moet hij oppassen dat hij zichzelf niet vergeet.

De beroerte

fam.dejonge

‘Mijn moeder kreeg in februari 2010 een beroerte, ze was toen 84 jaar. Tot die tijd had ze zelden ergens last van, maar ineens gedroeg ze zich vreemd, afwezig. Onze huisarts dacht eerst aan een hypo, omdat ze tegen de suikerziekte aan zit. Dat is namelijk de reactie van het lichaam als je bloedsuikerspiegel te laag is. Een bloedtest wees uit dat ze een urineweginfectie had. Misschien had ze als gevolg daarvan een delier gehad, een plotselinge verwardheid. Dat komt wel eens voor bij mensen op leeftijd. Terwijl ze in het ziekenhuis lag kreeg ze een herseninfarct.

Uit de mist

De schade viel gelukkig mee. Haar gezicht hing niet scheef, en ze had geen verlammingen opgelopen. Toch schrokken we natuurlijk enorm. Haar evenwichtsorgaan is aangetast, waardoor ze niet goed kan lopen. En ze is vaak in de war. Anderen zouden kunnen denken dat ze gek is, of dement, maar het is afasie, een taalstoornis als gevolg van een hersenbeschadiging. Dat maakt het soms lastig om met haar te communiceren. Dan begrijpt ze bijvoorbeeld iets niet, of ze zegt dingen die ze niet bedoelt. Al met al hebben we onze levens moeten aanpassen. En ik heb het gevoel dat we nu – anderhalf jaar later – eindelijk een beetje ‘uit de mist komen’.

Geen moment alleen

Na de beroerte ging mijn moeder naar een revalidatiecentrum, maar al snel kwam ze steeds vaker thuis. Na Pasen gaf ze aan dat ze niet meer terug wilde. Gelukkig was het huis al voorzien van verhoogde toiletpotten en een traplift. En natuurlijk waren we blij om haar weer thuis te hebben, maar het leverde ook wel stress op. Mijn vader, met 80 jaar ook niet meer de jongste, stond ineens voor de taak om haar voortdurend te begeleiden. Ze kan bijvoorbeeld niet alleen zijn. Dat betekent dat hij eigenlijk geen moment meer voor zichzelf heeft.

Steentje bijdragen

Het zorgen voor mijn moeder ging eigenlijk automatisch. Ik woonde al bij mijn ouders, dus ik droeg altijd al mijn steentje bij in het huishouden. Dat is geleidelijk aan meer geworden. Natuurlijk, ik moest ook wat inleveren. Maar zo wil ik het niet noemen, want dat klinkt alsof ik het met tegenzin doe. Ik ben blij dat ik mijn ouders kan helpen. Ik ben minder gaan werken. Mijn werkgever stelt zich gelukkig heel soepel op. Hij weet van mijn thuissituatie. Ik werk nu vier dagen van 9,5 uur. Daardoor ben ik elke woensdag vrij voor mantelzorg en heb ik maandelijks ook een vrije dag voor mezelf. Op die vaste mantelzorgdag help ik mijn ouders bijvoorbeeld met dingen regelen, administratie doen of doe ik eens wat leuks met mijn ouders.

Hulp thuis

Huishoudelijke hulp krijgen mijn ouders niet. Dat zouden ze wel graag willen, maar daar hebben ze geen recht op, omdat ik bij hen woon. Wel komt er sinds kort elke dag een dame die mijn moeder helpt met douchen en aankleden. Daar is ze zo blij mee.. En er komt een fysiotherapeut aan huis. Een keer per week voor mijn moeder, de andere keer ook gelijk voor mijn vader. Onlangs hebben we een aanvraag gedaan voor het ontlasten van de mantelzorg. Dan neemt iemand de zorg echt even over. Dat heb ik vooral voor mijn vader gedaan, want dan kan hij ook eens onbezorgd iets leuks doen. Zonder dat hij voortdurend verantwoordelijk is voor mijn moeder.

Goede relatie

Mijn relatie met mijn beide ouders is fantastisch. We waren altijd al close, maar we zijn nog meer naar elkaar toe gegroeid. Voor de zorg die ik geef krijg ik zoveel terug, dat ik het helemaal niet zwaar vind. Maar ik moet dan ook toegeven dat mijn ouders heel makkelijk zijn. Ik zie soms wel eens ouderen die heel ondankbaar zijn. Dan denk ik: blij dat mijn ouders niet zo zijn. Wij kunnen het hartstikke goed samen vinden. We maken samen grapjes en kunnen alles tegen elkaar zeggen.

Leermoment

Toch heb ik ook wel een tijd gehad dat het me allemaal wat minder goed afging. In december/januari was ik heel prikkelbaar. Ik had minder energie, had nergens zin in en was snel chagrijnig. Achteraf gezien denk ik: ik maakte mezelf te druk. Ik wilde alles tegelijk doen, alle ballen omhoog houden. Daar heb ik van geleerd. Sindsdien probeer ik mezelf niet meer gek te maken. Gewoon prioriteiten stellen en stapje voor stapje dingen regelen, het komt uiteindelijk allemaal goed. En dat werkt, want ik zit nu beter in mijn vel, en kom weer aan mijn hobby’s toe. Ik hou van golfen, wandelen, koken, lezen, noem maar op. Daar maak ik tijd voor.

Noodplan

Ik moet er niet aan denken dat mijn vader of ik ineens ziek zou worden. Wie zorgt er dan voor mijn moeder? Dan kan het goed mis gaan. Daarvoor wil ik een noodplan hebben. Ik weet nog niet hoe, maar ik ga hier wat voor regelen. Maar gelukkig gaat het nu goed, zo met zijn drietjes. We zijn best gelukkig.

Contact

(020) 599 41 26